Skip to content
Word lid

Wie zijn zij?

Bert Homan en Jaap Wolzak

Door: Ank van Rijnsoever

Onlangs vonden in het bestuur van de CLW wisselingen plaats, waarover de leden in de nieuwsbrief en op de algemene vergadering werden geïnformeerd. Maar wie zijn die nieuwe bestuurders? Wat bewoog hen zich te melden voor een bestuurstaak bij de Coöperatie Laatste Wil en welke rol zien ze voor zichzelf weggelegd? Een nadere kennismaking met Bert Homan en Jaap Wolzak.

BERT HOMAN (66): ‘Ik vind het tijd om me maatschappelijk uit te spreken’

Bert Homan is Amsterdammer van geboorte, noemt zich trotse vader van twee volwassen kinderen, generatiespecialist – verbinder tussen de generaties –, is gepokt en gemazeld in zowel het zakenleven als de politiek en coacht op beide terreinen politici en bestuurders. Zijn cv laat een waaier aan bekwaamheden en functies zien. Een selectie: hij heeft ervaring als toezichthouder, was marketingmanager bij internationaal opererende bedrijven, onder meer in Japan, was voorzitter van de Belangengroep Gehandicapten Haarlemmermeer, zat op een wethoudersstoel in zowel Utrechtse Heuvelrug als de gemeente Teylingen, was ook zelfstandig ondernemer, hield zich tweemaal met de cijfers bezig als lid van een gemeentelijke Rekenkamer en is tot op heden docent bij Windesheim in Zwolle voor Overheidsmanagement/bestuurskunde. Momenteel woont hij in Assen, waar hij gemeenteraadslid is namens de VVD.

Dit is een greep uit je cv, dat te veel bevat om op te noemen. En dan ook nog opteren voor een bestuursfunctie bij de CLW. Staat dat niet ver af van alles waarmee je bezig was en bent?

“Voor mij staat bij alles wat ik doe de mens centraal. Ik ben zeer maatschappelijk betrokken en heb sociale rechtvaardigheid als hoogste prioriteit. Ik ga ervan uit dat je draagvlak creëert als je luistert naar mensen en ook iets doet met wat ze vinden. Daarmee heb ik inmiddels ruime ervaring, die ik wil inzetten voor de missie van de CLW. Ik wil zelfbeschikking voor iedere mens. Ik heb dat van mijn tante geleerd. Die ging in 1962 ‘de liefde van haar leven achterna’, naar Amerika, toen een heel waagstuk. Ze deed compromisloos wat haar hart haar ingaf. Later, terug in ons land, leefde ze op diezelfde manier verder. Tot ze een keer tegen me zei: ‘Kijk, de namen van alle mensen in dit adressenboekje zijn doorgestreept, omdat ze dood zijn. Wat moet ik nu nog in dit leven, ik wil ook dood. Maar wel op mijn manier’. Die ijzeren wil tot daadkracht en zelfbeschikking heeft altijd op mij afgestraald. Zelfs mijn dochter zegt de vrouw te zijn geworden die ze nu is door die tante.

En dan komt er een moment dat er bij de Coöperatie bestuursleden worden gevraagd en ik het op dit punt van mijn leven tijd vind om me maatschappelijk uit te spreken. De politieke ambities, zeker de landelijke, zijn naar de achtergrond verdrongen en ik voel me nu vrij iets te doen wat ik al heel lang wilde. Om dat te kunnen, heb ik van veel zaken uit mijn achtergrond afscheid genomen.”

Juist op dit moment is de CLW nogal in het nieuws en veelal op negatieve manier. Door de rechtsgang van de CLW zelf, maar ook door het proces rondom Alex S, die wordt aangesproken op de distributie van middel X. Hoe kijk je daar tegenaan?

“Die laatste ontwikkelingen moeten we gebruiken om nóg meer aan te tonen dat we niet willen dat mensen zich onder vreselijke omstandigheden van het leven beroven. Nu wordt de politieke vraag hoe daarmee wettelijk om te gaan voorgelegd aan de rechter, die niet anders kan dan een uitspraak doen langs de lat van de wet. Het is van groot belang dat we de politieke bemoeienis proberen om te buigen op basis van het maatschappelijk draagvlak. Die lobby via de samenleving proberen we vorm te geven door onder meer de proeftuin Sterven in eigen regie. Daarover zijn we ook in gesprek met de NVVE. Sinds 2013 is de focus gericht op middel X, ook door de huiskamergesprekken. We moeten die focus verleggen naar de kern van de zaak: de autonome route, niet zozeer door gebruik van middel X, maar door wel een humaan, betrouwbaar en verstrekbaar middel. Ook dan zal er angst zijn dat dit middel gebruikt wordt op een oneigenlijke manier, per ongeluk of voor de moord op die rijke schoonmoeder. Anders dan rattengif of ander levensgevaarlijk spul in het aanrechtkastje moet de bereikbaarheid van dit dodelijke middel omgeven worden met alle nodige waarborgen. Dat is een kwestie van regelgeving.”

Welke plannen heb je om schot te krijgen in de vergroting van die via het maatschappelijk draagvlak te organiseren lobby bij de politiek?

“Er bestaat al een lijvig proeftuindocument. Ik ben bezig om daar een uittreksel van te maken dat handzamer en leesbaarder is. Dat zou dan aangeboden kunnen worden op een persconferentie waar niet alleen de pers, maar ieder die het maar weten wil, kan komen. De informatie die daar gegeven wordt, moet in woord en beeld beschikbaar zijn, met ondersteuning van een video. Ik denk daarvoor aan medio oktober. Uiteraard worden daarbij alle politici uitgenodigd. We willen zoveel mogelijk publiciteit genereren zodat die maatschappelijke discussie nog meer op gang komt en het ook weer op de politieke agenda komt. De informatie die wij op de persconferentie willen aanreiken moet een duidelijk beeld geven van welke zaken beter moeten en hoe dat zou kunnen. Ik heb op basis van zowel mijn verleden als heden een groot en divers netwerk, ook in Haagse politieke gelederen. Ongeveer gelijktijdig met de persconferentie moet dan een grote ledenwerfcampagne van start gaan.”

Wat doe je ‘tussen de bedrijven door’ als ontspanning en hobby’s?

“Ik fotografeer graag. Verder houd ik van jazz, thrillers en Bond-films, van Scandinavië en sla ik soms nog een balletje op de tennisbaan. Daarmee ben ik op mijn vijfde al begonnen, maar helaas ontbreekt daarvoor nu meestal de tijd.”

JAAP WOLZAK (76): ‘Ik broed op een breder plan van aanpak’

De wieg van Jaap Wolzak stond in Alkmaar en zijn hele verdere leven bleef hij trouw aan Noord-Holland, zij het dat hij vijftien jaar met zijn inmiddels overleden vrouw alle vaderlandse wateren bevoer op een motorjacht, volgens hem een varend monument, waaraan hij zelf vele uren heeft besteed om het in de vaart te houden. Hij is sinds 2020 weduwnaar, na vier jaar mantelzorgen voor zijn vrouw, heeft drie kinderen en vijf kleinkinderen. Van huis uit organisatiesocioloog, is hij inmiddels gepensioneerd directeur-bestuurder van een verpleeghuis.

Is je ambitie voor een bestuursfunctie binnen de CLW een logisch vervolg op je achtergrond van voornamelijk directeur verpleeghuis?

“Het past daar zeker bij. Ik ben nu zes jaar lid van de Coöperatie en heb uiteraard het nodige meegemaakt in het verpleeghuis als het gaat om oud worden en sterven. Maar vooral de ziekte van mijn vrouw heeft me nog meer met mijn neus op de materie gedrukt. De bewoners van het verpleeghuis gingen natuurlijk een keer dood, maar dan was het ofwel natuurlijk, door ziekte en ouderdom, ofwel via klassieke euthanasie dan wel palliatief. Dat laatste betekent gesedeerd worden, met bijvoorbeeld opiaten, tot de dood intreedt. Maar van zelfstandig beslissen wanneer je dood wilt en op welke wijze is natuurlijk geen sprake. Met andere woorden: we zullen nooit weten hoeveel patiënten in het verpleeghuis zouden hebben willen kiezen voor de autonome route van de CLW. Toen mijn vrouw in een vergevorderd stadium van haar ziekte was wilden de artsen de zoveelste behandeling op haar loslaten, terwijl we wisten dat dat alleen een kwestie van rekken was. Dat wilden zij en ik allebei niet. Ze is naar huis gekomen en daar rustig overleden, op de palliatieve manier. Maar wat zouden we graag die ‘pil van Drion’ gehad hebben. Er valt hoe dan ook nog heel veel te verbeteren aan de situatie van ouderen, ook als ze (nog) niet direct dood willen. Het is toch verontrustend dat het kabinet nu weer denkt aan beperking van de ouderenzorg en stelt dat die ouderen zelf maar een plan moeten maken om zo zelfstandig mogelijk of onmogelijk hun oudedag te slijten. Natuurlijk ervan uitgaande dat er steeds minder geld beschikbaar komt. Een lezeres uit Alkmaar heeft daarop de volgende ingezonden brief gestuurd naar Trouw, op 7 juli”.

Mijn zorgplan

Dit is mijn zorgplan als 73-jarige. Mijn visie is dat ik zoveel mogelijk onafhankelijk wil zijn, geen gebruik hoef te maken van goedbedoelende vrijwilligers. Mijn doel is een leven dat bij mij past, ondanks (toekomstige) beperkingen. De procedure: pluk de dag en benut je mogelijkheden. De evaluatie: als mijn doel niet meer te behalen is, gun mij een milde dood.

Elyse Schouten, Alkmaar

Hoe sta je op dit moment in het leven en kun je wat van je plannen voor de toekomst van de CLW ontvouwen?

“Ik ben op dit moment zelf niet bezig met doodgaan, maar als dat uur slaat, wil ik wel zelf bepalen hoe dat geschiedt. Nu geniet ik nog volop van het leven. Ik ben heel gelukkig met een vriendin met wie ik veertig jaar geleden al een tijdje ‘verkering’ had. Maar twee dingen zijn voor mij buitengewoon belangrijk en dat zijn zelfbeschikking en privacy, die sterk verband houden met elkaar. Die zelfbeschikking past natuurlijk helemaal bij wat de CLW wil bereiken. Wat die privacy betreft, vind ik dat die de laatste tijd nogal veel verloren gaat. Er is een verschil tussen belangstelling voor de mens en nieuwsgierigheid. Dat had ik als kind al. Privacy is wat ik vind dat een ander van mij mag weten. Daarom zijn ook social media niet aan mij besteed. Waarom moet ik mijn ziel en zaligheid blootleggen om dood te mogen gaan, hoe kan een ander bepalen dat ik ondraaglijk lijd? Als ik mijn levensboek uit heb, dan mag ik het ook zelf dichtdoen. Daarnaast vind ik dat we als CLW breder moeten gaan kijken.”

Wat bedoel je met die bredere kijk van de CLW? Dat klinkt een beetje filosofisch.

“We moeten niet alleen focussen op zelfdoding en een middel daarvoor, maar ook meer nadenken over het feit dat doodgaan meer inhoudt dan recht op zelfbeschikking. Eigenlijk wil ik een soort compleet plan van aanpak. Omdat ik een denker ben, zie ik het als een intellectuele uitdaging. Er zijn nog zoveel onderwerpen uit te werken. Ik noem het betrekken van de familie bij het hele proces, met die familie tevoren én na afloop praten. Ik pleit dan ook voor het opnieuw starten met de huiskamergesprekken, maar dan ook en vooral over andere dingen praten dan ‘waar is die pil’. Het moet ook kunnen gaan over rouwen, wijziging van het strafrecht, de proeftuin, de vraag wanneer voor iemand het leven voltooid is. Wat dat voltooid leven betreft, moeten we het ook hebben over wat kwaliteit van leven is. Die is ondanks alle goede bedoelingen van hulpverleners niet door hen in te vullen, door me bijvoorbeeld eenmaal per maand bingo te gunnen. Ik zit te broeden op zo’n plan om alles rondom het zelfgekozen levenseinde vorm te geven, eventueel in de toekomst in overleg met de NVVE.”

Wat doe je verder graag, als je even niet aan het broeden bent over dat brede plan van aanpak?

“Ik ben vrijwillig penningmeester van de Oude Glorie, een club van bootjesmensen met motorjachten van voor 1945. Verder ben ik geïnteresseerd in Scandinavische thrillers en detectives. Ik houd van bluesmuziek en mooie aria’s en doe aan modelspoor (HO) waarbij vooral het digitale deel mij boeit. En als vrijwilliger heb ik op buurtbussen gereden in de kop van Noord-Holland. Op dit moment verbouw ik nog een Mercedes Sprinter tot camper.”

Bent u het eens of oneens met de inhoud van dit artikel?
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Back To Top