skip to Main Content

Aan de eetkamertafel bij Ria* thuis, 18 hoog, in een appartementengebouw met een prachtig uitzicht op de rivier. Ze waarschuwt me vooraf: “Het emotioneert me nog sterk als ik het vertel, mijn tranen liggen op de loer.” Ik stel haar gerust, ze hoeft zich voor mij niet groot te houden. Ze leest mij een passage voor uit de afscheidsbrief van haar man Jan*.

“Waarom dood en waarom nu? Aangezien ik al enige tijd voel dat ik hard achteruit ga en indien ik niets doe, dat het dan slecht voor mij (en voor Ria) kan aflopen. Beter zes maanden te vroeg dan één dag te laat. En met één dag te laat bedoel ik niet dat je op een morgen dood in bed wordt gevonden, want dat is geen probleem. Maar als er iets in je hoofd knapt en je weet je naam niet meer of waar je bent, dan zijn de rapen gaar. Ook al ligt er een verklaring bij de huisarts, die telt dan niet. Ook al ben je al jaren lid van de NVVE, dat telt dan niet. Ook al heb je een euthanasieverklaring op zak, die telt dan niet. Het enige wat dan nog telt is de mening van enkele religieuze griezels in ons parlement. Je wordt dement verklaard en hop, afgevoerd naar een verzorgingshuis. Met een beetje pech zit je daar nog jaren een beetje dom voor je uit te staren, met één schone luier per dag.
Dus daarom hier en nu. Nu ik nog geheel zelfstandig voor een (hopelijk humane) dood kan kiezen, waarvoor verder niemand verantwoordelijk kan worden gehouden. Ria, het spijt me enorm dat ik je alleen moet laten. Maar ik weet niet alleen dat je zelfstandig genoeg bent, maar ook verstandig genoeg, om te beseffen dat dit de beste keuze is.”

Ria heeft een paar zware maanden achter de rug. “Aan het begin van de zomer vertelde Jan mij dat hij zo niet verder wilde, niet nog een winter in. Hij heeft een verstopte halsslagader die niet te opereren is. De huisarts kon niets voor hem doen, wilde hem doorverwijzen naar de psycholoog. Jan zei toen: ‘Ik ga ermee stoppen, ik woon 18 hoog’. Daar schrok ik erg van, ik wilde per se niet dat hij van de flat zou springen. Voor mij was het duidelijk dat zijn besluit vaststond. Hij is altijd een man geweest van zwart of wit, grijs bestond niet voor hem.”

Jan en Ria zijn zeventigers, zij zes jaar jonger dan hij, geen kinderen. Voor haar was de doodswens van haar man een hels dilemma. “Ik durfde hem niet tegen te houden, want stel dat hij inderdaad in een rolstoel terecht zou komen. En tegelijkertijd vond ik het heel zwaar om met hem dit traject in te gaan. Toen hij me vertelde niet verder te willen leven, kreeg ik een black-out, het kwam niet binnen, ik wilde het niet horen. Ik ken hem al 46 jaar, heb altijd voor hem gezorgd. Ik wilde voor hem zorgen tot het einde.”

Zoals Ria alles voor haar man regelde, deed zij dat ook in dit geval. Zij ervoer het als bizar, zo’n zoektocht op internet naar middelen voor de dood. Uiteindelijk las ze op de site van de NVVE over het bestaan van de Coöperatie Laatste Wil. Ze werden allebei lid en kregen de benodigde informatie.

Samen besloten ze dat Jan op zondag 25 augustus om 12.00 uur het laatstewilmiddel zou gaan innemen. Haar zus met haar dochter zouden erbij zijn om Ria te ondersteunen, die naar eigen zeggen niet zo’n held is. De keuze voor een zondag was vanwege het werk van de dochter. Ria was bang voor die dag, zag er als een berg tegenop. Jan wilde haar de tijd geven om eraan te wennen dat hij er niet meer zou zijn. Jan vond dat zij met haar goede gezondheid nog mooie jaren voor de boeg had. Die maanden hebben ze dingen tegen elkaar gezegd die er in het leven van alledag meestal bij inschieten, dat waren mooie momenten voor haar, waardevol en moeilijk. Ria vertelt dat Jan alles nuchter aanpakte. “Op die bewuste zondag is Jan opgestaan, heeft koffie gezet, tv aan, teletekst gekeken, zoals altijd. Mijn zus en haar dochter kwamen om 11.00 uur. Jan had een handgeschreven vrijwaringsverklaring opgesteld, dat hij zelf een einde aan zijn leven had gemaakt. We hebben op zijn verzoek gefilmd toen hij om 12.00 uur het middel innam. Hij verklaarde voor de camera dat hij dit helemaal zelf en uit vrije wil deed. Hij is in zijn joggingpak op bed gaan liggen. Ik ben naast hem gaan zitten en hield zijn hand vast. Hij dacht dat het vrij snel zou gaan en zei telkens ‘ik kan nog steeds denken’, waarop ik vroeg of hij pijn had. Hij had geen pijn, maar had het erg koud. Ik vond het wel lang duren, ik wist niet wat mij nog te wachten stond. Waarom moest ik dit als trouwe Nederlandse staatsburger zelf doen? Waarom werd ik hier niet bij geholpen? Na drie kwartier raakte Jan in coma. Hij overleed om 14.15 uur.”

Om half drie belde Ria de dienstdoende huisarts, die een uur later arriveerde. Zij liet hem de verklaring van Jan lezen. De huisarts schrok en zei dat hij de schouw niet mocht uitvoeren. Hij ging bellen en om vier uur verschenen er twee politiebusjes voor het appartementengebouw. Even later stonden er vijf politieagenten in uniform voor de deur. “Ze zeiden tegen ons dat wij op de bank moesten gaan zitten, zij gingen naar de gang om te overleggen. Ze waren allemaal erg aardig en beleefd, maar toch moesten we alle drie mee naar het politiebureau voor verhoor.” Ria stribbelde nog tegen, waarom kan dat niet thuis? “Ik ging toch gedwee mee, ik was in zo’n roes na het angstige stervensproces van mijn man, ik onderging het gelaten.”
Alsof ze een misdrijf hadden begaan, zo liepen ze met twee politieagenten door de hal, in de lift en werden ze afgevoerd in een politiebusje. Drie agenten bleven achter in het huis, er zouden nog twee forensische onderzoekers langskomen.

Op het politiebureau zaten drie rechercheurs klaar. Het wachten was op bericht van de officier van justitie of er een medeplichtigenverhoor of een getuigenverhoor afgenomen moest worden. Het werd een getuigenverhoor, alle drie in een aparte kamer. De rechercheur vroeg aan Ria hoe haar man aan het middel was gekomen. “Wij kunnen op zijn computer het googlegedrag van uw man nagaan.” Na het verhoor terug naar de wachtkamer; de verslagen werden voorgelegd aan de officier van justitie.

Ria: “Het duurde maar en duurde, ik wilde bij mijn man zijn. Om half acht kregen we eindelijk te horen dat we niet vervolgd zouden worden. De rechercheur vertelde me dat hij niet wist of mijn man nog thuis zou zijn of misschien al overgebracht was naar het politiemortuarium. We werden met het politiebusje thuisgebracht.”

Thuis trof zij nog een politieagent en een forensisch arts aan. Tot haar verbazing lag haar man niet meer in zijn joggingpak, maar ontkleed in een laken met bloedsporen van de bloedafname. Op de eetkamertafel lag het paspoort van haar man, dat normaal in zijn bureaulade ligt. Verder zag zij geen sporen van huisdoorzoeking.

Ondanks haar verdriet, is Ria nog steeds blij met de steun van de Coöperatie. “Daarom heb ik ingestemd met dit interview. Ik wil iets terug doen en mijn ervaring delen met anderen. Bij mijn man werkte het middel zonder nare bijverschijnselen als braken of stuiptrekkingen. De informatie over de werking van het middel is summier. Ik had graag willen weten wat ik nu weet. Ik wil anoniem blijven, ik ben er niet aan toe om zelf met dit verhaal naar buiten te treden. De spanningen van de afgelopen maanden komen er nu uit. Oh ja, nog een tip, ga vooraf wel even plassen op het toilet!”

* De echte namen zijn bekend bij de redactie

Back To Top