skip to Main Content

Doodgaan is een recht
interview met Rob van Doorn, kandidaat-bestuurslid CLW
Lidy Schoon

Sinds begin dit jaar draait Rob van Doorn (1954) mee als kandidaat-bestuurslid in het bestuur van de CLW. Hij vindt dat een mooie manier van inwerken. Hiervoor werkte hij als manager, adviseur en als bestuurder. Ook na zijn pensionering zit Rob niet stil. Hij is een politicus pur sang. Recent trok hij als informateur de coalitieonderhandelingen van het gemeentebestuur Hoorn, waarna hij benoemd werd als formateur. Vorig jaar reageerde hij op de oproep van het bestuur voor kandidaat-bestuursleden.

Wie is Rob van Doorn?

Ik ben een overtuigd atheïst. Ik kom uit een anarchistisch-atheïstisch gezin, maar ben ook opgevoed met de Bijbel. Mijn vader zei: “Je hoeft het niet te geloven wat erin staat, maar je moet het wel snappen. De Bijbel is immers voor veel mensen een leidraad in het leven.” Als kind heb ik met mijn vader kerkdiensten gevolgd in veel kerken van Haarlem. Hij legde mij de achtergronden uit en de verschillen.

Je hebt de militaire dienstplicht geweigerd. Hoe staat het nu met je pacifisme?

Die pacifistische overtuiging heb ik nog steeds. Er is altijd een oplossing te bedenken voor politieke problemen. Zo is er ook altijd een alternatief voor oorlog. We kiezen voor oorlog omdat we wapens hebben. Een oorlog wordt aangezet door oude mannen die ruzie met elkaar hebben maar elkaar niet doodslaan. Wel sturen die oude mannen jonge mannen die elkaar niet kennen de oorlog in. Zo werden er in de vorige eeuw honderd miljoen mensen vermoord. Gemiddeld een miljoen mensen per jaar. Oorlog leidt niet tot veiligheid. Wij praten in Nederland eigenlijk nooit over de wapenhandel. Weet je dat Nederland op de tiende plaats staat van de wereldranglijst als het gaat om wapenleveranties? Nederland verdient heel veel geld aan wapens waarmee elders mensen worden vermoord.

Op welk moment ben jij lid geworden van de CLW en waarom?

Zo’n jaar geleden. Eerst ben ik bij NVVE gaan kijken, maar ik wil niet aangewezen zijn op een arts als ik dood wil. Een aantal gebeurtenissen in mijn directe omgeving trok me naar de CLW. Zo heeft een vriend van mij met de heliummethode een einde aan zijn leven willen maken. Een buurvrouw greep in. Mijn schoonmoeder werd in een verpleeghuis geplaatst terwijl zij altijd had gezegd dat zij alleen horizontaal het huis wilde verlaten waar zij zestig jaar woonde. In het verpleeghuis weigerde zij te praten en dronk heel weinig, waardoor ze binnen twee maanden overleed. Een man uit mijn werkomgeving, die ik kende als zeer open en aimabel, sprong voor de trein. Niemand, ook zijn gezin niet, had dit zien aankomen.

En zo kan ik nog meer voorbeelden noemen. Als iemand euthanasie wil, dan is dat niet iets wat je neemt, maar wat je krijgt als het toegestaan wordt. Daar heb je twee artsen voor nodig, dat is geen makkelijke procedure. Terwijl in de Verklaring van de Rechten van de Mens, net als in de grondwet, het zelfbeschikkingsrecht van ieder individu staat, mag je niet kiezen voor je eigen dood als je daaraan toe bent. Met andere woorden: we hebben een samenleving opgebouwd die je dwingt tot keuzes, zoals voor de trein springen, die ook anderen raken. Het is toch gruwelijk dat mensen tot dit soort methoden hun toevlucht moeten nemen. Elk jaar slagen meer dan 1800 mensen in hun zelfdoding. Maar van die 1800 zijn er velen die het meerdere keren hebben geprobeerd met veel consequenties voor zichzelf en hun omgeving. En die mensen mogen niet geholpen worden bij hun doodswens? Sterker nog, er is een grote inzet op ‘zelfmoordpreventie’. We willen mensen tegen elke prijs in leven houden. 

Kun je dit in één zin zeggen?

Doodgaan is een recht. In principe wil niemand dood. We hechten aan het leven en kunnen ons leven zelf inrichten, maar niet onze dood. Als ik zeg Doodgaan is een recht, dan wil dat zeggen dat mensen die eraan toe zijn dat recht moeten kunnen nemen, daarin mag niemand je beletten. Het leven is van jezelf, niet van een arts, niet van het OM en ook niet van de samenleving. In de wetgeving moet worden vastgelegd dat mensen met hulp een einde aan hun leven kunnen maken.

Waarom gebeurt dat dan niet?

Onze wetgeving stoelt in grote mate op religieuze opvattingen. D66 heeft lang gezocht naar politieke ruimte om alleen persoonlijke afwegingen te vertalen naar de werkelijkheid van mensen die hun leven willen beëindigen. Religie is in Nederland op zijn retour, maar wij zitten opgescheept met een wetgeving op religieuze grondslag. De enige manier om die christelijke uitgangspunten eruit te krijgen, is het schrijven van een nieuwe wetgeving vanuit de huidige opvattingen over leven en dood.

Zo is in de Omgevingswet die nu wordt ingevoerd de religie niet bepalend. Het is een liberale wet. En het goede is dat er veel ruimte aan burgers wordt gegeven om met eigenstandige opvattingen en initiatieven te komen. Daarbij mag de overheid niet meer uitgaan van ‘nee tenzij’ maar van ’ja mits’, het mag onder bepaalde voorwaarden. Dat is een andere manier van denken dan de verbodscultuur uit de religie.

Ik heb niets tegen het CDA en niets tegen de ChristenUnie. Het is belangrijk dat zij vaak progressief denken als het gaat over natuurbeheer, duurzaamheid, het vraagstuk van sociale cohesie. Die ideeën liggen niet ver af van die van de PvdA, GroenLinks of D66. Maar zodra het gaat over een zelfgekozen levenseinde, dan spoort het niet meer. Politieke besluiten die gebaseerd zijn op godsdienst zijn in mijn ogen onzinnig. De vrijheid die christenen wensen om hun geloof te belijden, die eis ik op voor de wijze waarop ik mijn leven en dood wil vormgeven.

In de gemeentepolitiek zijn kwesties als abortus en euthanasie geen issue, dat speelt vooral in de landelijke politiek. Zolang een CDA of een ChristenUnie in het kabinet zit, zijn er geen vooruitstrevende stappen te verwachten op het dossier van een zelfgekozen dood. De andere (meer liberale) partijen in een kabinet, zoals de VVD en D66 zijn gebonden aan de coalitieafspraken. Die kleine christelijke partijen blokkeren het zelfbeschikkingsrecht op de dood. Dat is mijn grootste probleem met religieuze opvattingen binnen de politiek.

Je noemde het kabinet-Rutte II (2012-2017) een waardeloos kabinet van slopers. Hoe kijk je tegen Rutte IV aan?

Idem dito met een sterretje. Dat betekent dat ik het liberalisme van een paars kabinet als dat van Rutte II inmiddels vind doorgeslagen. Nu is de economische macht samengebald bij een kleine groep, er is veel meer armoede gekomen. Dat het rijke Nederland voedselbanken nodig heeft, vind ik werkelijk een gotspe.

Voor GroenLinks was je gemeenteraadslid en later wethouder in Haarlem. Hoe kan jouw politieke achtergrond een bijdrage leveren aan de doelstellingen van de CLW?

Ik heb geleerd met politici om te gaan omdat ik er zelf een ben. Politici komen tot een heel andere manier van besluitvorming dan menigeen denkt. Ik ken die overwegingen. Ik weet wat macht is en hoe mensen met macht omgaan. En politieke macht is een andere dan maatschappelijke macht. Politieke macht heeft invloed op de besluitvorming. Ik snap dat spel en ken de mensen. Ik heb een uitgebreid netwerk in de politiek, kan vrij makkelijk bij mensen binnenstappen en mensen activeren.

Je hebt vier zogenoemde faction thrillers geschreven, boeken die de bouw en vertelwijze van fictie hebben maar naar de inhoud een zuivere reportage zijn, een combinatie van fictie en feiten. Je thrillers spelen in landen als Servië, Jordanië, Roemenië, Afghanistan.

Ik ben op zoek naar een verklaring voor maatschappelijke gebeurtenissen, ik wil verbanden leggen. Dat is de kern waarom ik schrijf. Ik heb drie boeken geschreven met één hoofdrolspeler. Daarin spelen thema’s als: hoe komt het dat mensen terrorist worden? Wij noemen hen slechte mensen terwijl ze zichzelf vrijheidsstrijders vinden. Mijn tweede boek ging over de wapenhandel. Ik heb in de gevangenis een indringend gesprek gehad met een wapenhandelaar die levenslang heeft. We spraken over maatschappelijke opvattingen, over ethiek, over geweten. Mensen zeggen bijna nooit nee tegen een gesprek. Ik heb daaruit geleerd dat ik altijd ja zeg tegen een gesprek.

Van 2014 tot 2017 was je voorzitter van de patiëntenvereniging Hoofdpijnnet en van het Migrainefonds. Welke ervaringen neem je van daaruit mee naar de CLW?

Onze jongste dochter heeft sinds haar achtste chronische migraine. Ze lag twee tot drie dagen per week op bed. Haar sociale leven was nul. Er zijn in Nederland tussen de 250.000 tot 400.000 mensen met een ernstige vorm van migraine. Ik heb veel gesprekken gevoerd met het ministerie van VWS en met medici, en bezocht medische congressen. Daar leerde ik de medische taal te verstaan. Ik kwam erachter dat in Amerika een medicijn (CGRP-remmer) is ontwikkeld dat migraine kan terugdringen of zelfs laten verdwijnen. Voor mijn dochter werkt het heel goed, sinds november is zij van de migraine af. Als je de lijn doortrekt naar de CLW, dan gaat het niet zozeer om het middel maar de toegang tot middelen waarmee mensen op humane wijze zelf een einde aan hun leven kunnen maken als zij dat willen. Ik vind dat er een legale weg moet komen naar het definitieve einde voor mensen die dat willen. Voor elk individu is dat anders.

Praat je met anderen over de dood?

Ja, zeker als het aan de orde komt, maar niet gauw op een verjaardagsvisite. Ik ga over geen enkel onderwerp het gesprek uit de weg. De dood is zo kernachtig voor ons eigen bestaan, het is goed om daar veel over te praten. De creativiteit die mensen nu betrachten om tot hun einde te komen, die moeten wij omarmen. Zolang het maar betekent dat andere mensen daar niet op de een of andere manier nadeel van ondervinden.

Back To Top