skip to Main Content

’Mensen hebben het recht aan hun
lijden te ontsnappen door te sterven’

’Als je dood wil, gaat daar
plotseling een ander over’

Coöperatie wil beginnen met laatstewilpil

Leo Enthoven

De discussie over de laatstewilpil heeft lang genoeg geduurd, vinden Gert Rebergen en Jos van Wijk. Al twintig jaar praat en schrijft de samenleving over een zelfdodingsmiddel voor mensen die vinden dat zij klaar zijn met hun leven. Het is hoog tijd voor daden. Een coöperatie moet de oplossing bieden waarnaar zoveel mensen al zo lang op zoek zijn.

Gevraagd naar zijn achtergrond verstrekt Gert Rebergen (58) uit Zutphen een dubbele omschrijving van zijn werk: sociaal entrepreneur en deeltijd activist. Jos van Wijk (64) uit Apeldoorn is interim manager. Beide heren staan al tientallen jaren op de ledenlijst van de NVVE. Gert Rebergen zat in de Werkgroep Autonome Route. Jos van Wijk is lid van het sprekerskader. Daarnaast nam hij deel aan de landelijke NVVE publieksdebatten over het zelfgewilde levenseinde. Hij verdedigde de autonome route, het heft in eigen hand; anderen bepleitten de medische route en de hulpverlenersroute.

Bij een van die debatten ontmoette hij Gert Rebergen.

Heel bijzonder: nog vóór hun puberteit begonnen beiden zich te verdiepen in vraagstukken rond leven en dood. Gert Rebergen houdt zich hiermee bezig sinds hij als 11-jarige jongen met zijn lagere schoolklas op schoolreisje ging naar Noordwijk. De groep bezocht een instituut voor zwaar gehandicapte, bedlegerige kinderen die hij als zombies omschrijft. Hij raakte aan de praat met een hoofdzuster over de beschermwaardigheid van het leven. Bezoek en gesprek maakten diepe indruk op hem. In later jaren werkte hij als therapeut in een psychiatrische instelling. ,,Daar heb ik leren inzien dat er omstandigheden zijn waarin mensen het recht moeten hebben om te ontsnappen aan hun lijden door te sterven,’’ blikt hij terug.

Jos van Wijk schreef gedichten over leven en dood en verloor zijn vader op jonge leeftijd. Een paar jaar later zat hij voor zijn werk veel langs de weg. Ongelukken zetten hem aan het nadenken. Onder geen enkele voorwaarde wilde hij als kasplantje verder leven. Tien jaar geleden verloor hij een zwager aan ALS. Hij heeft helder opgeschreven waar voor hem de grenzen liggen en wanneer hij euthanasie of hulp bij zelfdoding wil.

Fatsoenlijke wet

Euthanasie is in Nederland redelijk goed geregeld, vinden beiden. Vergeleken met de meeste andere landen beschikt ons land over een fatsoenlijke euthanasiewet. ,,Als een kankerpatiënt zijn arts om hulp vraagt, lukt dat meestal wel,’’ vat Jos van Wijk samen. Hun inspanningen richten zich op het verwezenlijkheden van het zelfgewilde levenseinde bij voltooid leven – de laatstewilpil dus. Voor euthanasie is de mens afhankelijk van de bereidwilligheid van derden, vooral artsen, om daadwerkelijk een dodelijk middel toe te dienen. De autonomie van elk individu, het principe van de zelfbeschikking, rechtvaardigt beschikbaarstelling van de laatstewilpil. Gepassioneerd: ,,Al meer dan een halve eeuw is de maatschappelijke ontwikkeling er een van grotere onafhankelijkheid van het individu. De overheid doet daar aan mee, die hamert er voortdurend op dat mensen, natuurlijk binnen hun sociale omgeving, verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. We moeten kortom meer en meer de regie in eigen handen nemen. Maar als je dood wil, gaat daar plotseling een ander over.’’

Tijdens de publieksdebatten is een of twee keer geopperd dat een coöperatieve vereniging hét platform zou kunnen zijn om haar leden aan de gewenste middelen te helpen.

Rebergen en Van Wijk willen dat een door hen op te richten coöperatie onder strenge voorwaarden gaat werken. Geen ondergronds gedoe, maar openlijk en tegelijkertijd medisch, ethisch en juridisch verantwoord. Als taken voor hun coöperatie zien zij het geven van informatie; het samen met de leden zoeken naar de legale weg hoe mensen met een doodswens zelf op verantwoorde wijze een dodelijk middel, hun laatstewilpil, kunnen samenstellen; en het zorgvuldig bewaren van de ingrediënten die nodig zijn om zo’n middel samen te stellen.

Huib Drion komt de eer toe de laatstewilpil in Nederland op de maatschappelijke en politieke kaart te hebben gezet. De in 2004 overleden rechtsgeleerde pleitte in een krantenartikel in 1991 voor een middel waarmee ouderen op een humane wijze zelf een einde aan hun leven kunnen maken op een door hen gewenst moment. We zijn twintig jaar verder, de hoogste tijd om daadwerkelijk over zo’n middel te kunnen beschikken, vinden de twee ondernemers. Al was het alleen maar als menswaardig alternatief voor huiveringwekkende vormen van zelfdoding waar sommige mensen in opperste nood gebruik van maken. Dan doelen ze niet alleen op treinen, hoge gebouwen of polsen doorsnijden. Versterven, stoppen met eten en drinken, leidt vaker wel dan niet tot een gruwelijke weg naar het zo vurig verlangde levenseinde.

Ja-maar-syndroom

Ze kennen alle tegenwerpingen van hun tegenstanders: ja maar, als zo’n middel in verkeerde handen valt; ja maar, als een kind zo’n pil vindt; ja maar, als kwaadwillenden uit winstbejag gaan proberen een lucratief handeltje op te zetten; ja maar, als liefdesverdriet of een tijdelijke depressie tot een greep naar het dodelijke middel leidt; ja maar, hoe voorkom je gebruik onder dwang omdat bijvoorbeeld naasten op de erfenis azen; ja maar, als we op het beruchte spekgladde hellende vlak terechtkomen omdat de beschikbaarheid van de laatstewilpil ertoe kan leiden dat de samenleving nonchalanter met leven dood van oudere medemensen omgaat; ja maar ……

Een aantal bezwaren is technisch te ondervangen, andere met regelingen en protocollen. De pil kan een drankje een andere kleur geven. Het dodelijke middel kan worden gesplitst in twee pillen, gescheiden van elkaar te bewaren, die met een tussenpoos moeten worden ingenomen. Het is betuttelend om de mens anno nu tegen zichzelf in bescherming te nemen omdat hij onderdeel is van een sociale context. ,,Als die omgeving er echt toe doet dan wil betrokkene heus niet dood. Er kan een moment komen dat het verlangen naar de dood de sociale banden overstijgt.’

Het is tijd voor een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid. Lang gebeurde euthanasie in het geniep. Vanaf de jaren zeventig en tachtig kwamen moedige artsen ermee naar buiten. Met de allerbeste bedoelingen overtraden zij de wet, ze ondernamen openlijk actie om de lijdende medemens te helpen in zijn gerechtvaardigde verlangen naar de dood.

Rond de laatstewilpil vinden zij dat de tijd is aangebroken om daadwerkelijke stappen te zetten. Een coöperatieve vereniging vinden ze de juiste vorm. Coöperatie behelst gezamenlijk de schouders eronder zetten, elkaar helpen, er zijn voor de ander. Een naam hebben ze: Coöperatie Laatste Wil. Als eerbetoon aan Huib Drion hadden ze als werktitel Coöperatie Huib Drion bedacht. Hun idee hebben ze aan de familie Drion voorgelegd. Die staat zeer positief tegenover hun initiatief maar ziet haar naam liever niet aan de coöperatie verbonden.

De website is bijna klaar. Zodra die gereed is zal de coöperatie-in-oprichting bekend maken hoe belangstellenden zich als lid tegen betaling van een kleine vergoeding, gedacht wordt aan een paar euro, kunnen opgeven. Ze rekenen op 20.000 tot 25.000 aanmeldingen tegen het einde van dit jaar. Zodra dat draagvlak er is, worden bij de notaris de handtekeningen onder de oprichtingsakte gezet. Met een jurist wordt overlegd over de statuten. Een marketingplan is in de maak. Ze geloven niet dat de NVVE en de coöperatie elkaar in de wielen zullen rijden. ,,Er is ruimte voor meerdere initiatieven die elkaar ondersteunen en versterken.’’ Ze wijzen onder meer op de Initiatiefgroep Laatste Wil, de Stichting Euthanasie in de Psychiatrie en de Levenseindekliniek.

De initiatiefnemers willen dat de coöperatie een platform wordt voor uitwisseling van kennis en ervaring. Een ander doel is versterken van de politieke lobby. ,,Over vijf jaar moet strafbaarstelling van hulp bij zelfdoding uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt zijn,’’ klinkt het strijdvaardig. Juridisch is van belang dat het eigendomsrecht van middelen, of van bestanddelen om zelf een dodelijk middel samen te stellen, bij individuele leden ligt en niet bij de coöperatie. Als eigenaar van de kluis fungeert die slechts als schatbewaarder. ,,Mensen hebben het recht om de autonome route toe te passen. Ze hebben het recht om zelf hun eigen middel uit de kluis te halen op het moment dat ze daar behoefte aan hebben.’’

Na afloop van een van zijn NVVE presentaties hoorde Jos van Wijk een hoogbejaarde dame tegen haar al even hoogbejaarde buurvrouw zeggen: ,,Hij heeft een mooie presentatie gegeven. Maar dat laatste kan hij ons niet geven.’’

Als het aan hem en aan Gert Rebergen ligt, bevindt ’dat laatste’ zich straks in de kluis van de Coöperatie Laatste Wil.

Back To Top