Skip to content
Word lid

Door: Lidy Schoon
Foto: © Rob van ’t Zelfde www.studiozeekant.nl

Dat er een grote maatschappelijke behoefte is om het leven in eigen regie te kunnen beëindigen, is inmiddels door meer dan genoeg onderzoeken aangetoond. Niet alleen vanuit belangenorganisaties als de NVVE en de CLW, maar ook vanuit de media en zelfs de overheid. Uit deze onderzoeken blijkt dat ruim 60% van de Nederlanders voorstander is van het zelfbeschikkingsrecht over het eigen levenseinde, zonder inmenging van een arts.1 Diezelfde meerderheid wil kunnen beschikken over een legaal en humaan stervensmiddel.2 Ook de maatschappelijke dialoog over de laatste levensfase, geïnitieerd door het kabinet-Rutte III, ondersteunde deze uitkomsten. Hier is zelfs het idee geopperd van een proeftuin voor het zelfgekozen levenseinde.3 De CLW pakt nu dit idee op om in de praktijk uit te werken hoe hulp bij zelfdoding legaal en humaan geregeld kan worden. Dit natuurlijk onder voorwaarden en omstandigheden die acceptabel zijn voor de persoon in kwestie en de samenleving. Wat houdt een proeftuin Sterven in eigen regie in? Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Het idee achter een proeftuin

Petra de Jong en Jos van Wijk, ex-bestuurders van de CLW, namen het initiatief tot het opzetten van een proeftuin. Hoe kwamen zij hierop? Petra: “Het idee van een proeftuin is niet nieuw, het speelde al in 2004 bij de NVVE. De discussie rond de proeftuin is er een met een hoog ‘ja maar’ gehalte waarin de angst voor misbruik de boventoon voert. Jaren later, nu veel mensen zelf het moment van hun sterven willen bepalen, hebben wij het idee weer opgepakt. Een proeftuin is bedoeld om in kaart te brengen hoe een bepaald proces verloopt. In dit geval willen wij weten wat mensen beweegt om een stervensmiddel in te nemen. Welke mensen kiezen ervoor en waarom?” Als voorbeeld van een proeftuin, noemt Petra de Jong de methadonverstrekking eind jaren 1970, om de toenemende harddrugsproblematiek in het centrum van Amsterdam aan te pakken. De methadonbus van de GGD verstrekte methadon aan drugsverslaafden binnen een gedoogconstructie vanuit de overheid. Vergelijkbaar kan een proeftuin een oplossing bieden voor het maatschappelijk probleem van voltooid leven door een door de overheid gedoogd stervensmiddel beschikbaar te stellen. Die gedoogconstructie zal er ook in moeten voorzien dat nabestaanden gevrijwaard worden van vervolging door overheidsinstanties bij de afwikkeling van deze niet-natuurlijke dood. Een proeftuin Sterven in eigen regie is een middel om de doelstelling van de CLW te realiseren waarbij de autonomie over het eigen sterven uitgangspunt is. Om inzichtelijk te maken hoe de proeftuin kan werken, hieronder het verhaal van een denkbeeldig proefpersoon.

Anne van Dam is 73 jaar en al jarenlang lid van de NVVE en de CLW. Tot haar spijt is het haar destijds niet gelukt om het zogenaamde middel X in haar bezit te krijgen. Toen zij hoorde van de proeftuin, heeft zij zich direct aangemeld en zij was erg blij met haar selectie. Zij gaat naar een regionale bijeenkomst ter introductie van de proeftuin. Daar hoort zij dat deelname niet vrijblijvend is: proefpersonen wordt gevraagd zich te verbinden om de proeftuin tot een succes te maken en om jaarlijks te rapporteren over hun fysiek en geestelijk welbevinden. Dat vindt zij prima, immers zo kan zij ook zelf in de gaten houden wanneer voor haar de tijd gekomen is. Te vaak hoort zij nog om zich heen dat mensen die dit absoluut niet wilden, uiteindelijk toch in een verpleeghuis belanden. Ook is het aan haar om de huisarts te informeren over de proeftuin. Op de bijeenkomst kan zij aangeven of zij het stervensmiddel in eigen beheer wil of dat zij er bij afroep over wil beschikken. Zij kiest voor eigen beheer. Er zal telefonisch een afspraak worden gemaakt voor de levering.

Enkele weken later wordt een kluisje bij haar thuis afgeleverd. De medewerker van de proeftuin legt haar het gebruik uit en samen bekijken zij de inhoud, drie verpakkingen met middelen met een duidelijke toelichting. Ook zitten er formulieren bij die ingevuld moeten worden als het zover is, evenals informatie over de proeftuin voor de huisarts. Als haar kinderen later die week langskomen, bekijken zij samen een filmpje op de website van de proeftuin waarin alles nog eens wordt toegelicht, ook wat haar kinderen wel en niet mogen doen.

Nu zij het middel in huis heeft, vindt Anne van Dam de rust en de energie om weer volop van haar leven te genieten. Zij doet vrijwilligerswerk, past op haar kleinkinderen en gaat regelmatig met vrienden op stap. De eerste jaren verandert er niet zoveel in haar leven. Wel wordt zij wat vergeetachtig, wat slechter ter been, zij kan de stofzuiger niet meer naar boven tillen en haar tuin niet meer onderhouden. In het volgende halfjaar verslechtert haar situatie. Zij kan er niet meer zelfstandig op uit trekken, na een val durft zij niet meer te fietsen. Zeven maanden daarna besluit Anne dat zij zo niet verder wil leven. Zij kijkt tevreden terug op haar leven en op haar laatste jaren.

Anne van Dam bespreekt met haar kinderen hoe zij het zal doen. Zij zullen er allebei bij zijn. Het setje documenten wordt ingevuld, zoals een behandelverbod en een verklaring dat zij geheel vrijwillig en weloverwogen het stervensmiddel heeft ingenomen. In de dagen daarna neemt zij afscheid van haar naasten. Dan is de dag aangebroken, haar kinderen zijn er op tijd om afscheid te nemen. Zij leggen de documenten, de kluis en alle verpakkingen op haar nachtkastje. Anne zal de middelen in haar bed innemen.

Haar dochter filmt hoe zij het poeder door een halfvol glas water roert en dit in één keer opdrinkt. Anne gaat liggen en wordt al snel suf, waarna zij in coma raakt. Een uur later is zij overleden, het is rustig verlopen.

De kinderen troosten elkaar en bellen de huisarts. Deze stelt vast dat Anne overleden is en omdat hij weet dat dit geen natuurlijke dood is, belt hij een forensisch arts die een half uur later verschijnt. Zij bekijkt de mond van Anne van Dam, ziet dat deze verkleurd is en concludeert dat deze niet-natuurlijke dood het gevolg is van het proeftuin-stervensmiddel. Op het nachtkastje treft zij de juiste formulieren aan. Zij belt met de officier van justitie die verklaart dat het allemaal in orde is. Het lichaam van Anne van Dam wordt vrijgegeven en de kinderen nemen contact op met de uitvaartondernemer. Ondertussen vullen zij het laatste formulier in om de proeftuin te melden dat hun moeder overleden is en hoe dat gegaan is.

Proeftuin als een gecontroleerde testomgeving

In een eerste opzet van de CLW voor een proeftuin wordt gedacht aan 10.000 deelnemers die gedurende tien jaren de garantie krijgen om over een humaan en legaal stervensmiddel te beschikken. Op deze manier kan ervaring worden opgedaan met het ter beschikking stellen van dit middel. De deelnemers worden geselecteerd op leeftijd (55+) en ingedeeld in vier leeftijdsgroepen (55 – 64 jaar; 65 – 74 jaar; 75 – 84 jaar; 85 jaar en ouder). Naar verwachting zullen 1.000 deelnemers het middel daadwerkelijk gebruiken en op deze manier sterven.

Aan het te gebruiken stervensmiddel worden hoge eisen gesteld. Het middel moet betrouwbaar zijn, humaan, beschikbaar, eenvoudig qua voorbereiding en inname, snelwerkend, onomkeerbaar, houdbaar en veilig op te slaan en herkenbaar. Om de ‘ja maar’ discussie te voorkomen, zullen de nodige veiligheidsmaatregelen ingesteld worden. Dit in het belang van de proefpersoon en zijn/haar naasten èn voor de samenleving om misbruik en impulsief gebruik te voorkomen. Zoals ooit bij een plan tot verstrekking van middel X de opzet was, kan ook hier gebruik gemaakt worden van een gepersonaliseerd kluisje. De proefpersonen verklaren dat zij vrijwillig en weloverwogen deelnemen aan de proeftuin. Als zij het middel gebruiken, laten zij documenten achter die aangeven dat het hun eigen, vrije keuze was. Een andere maatregel betreft het traceerbaar maken van het stervensmiddel door een blauwe kleurstof toe te voegen. De arts die de niet-natuurlijke dood vaststelt, kan dan zien aan het blauw rond de mond dat het hier een zelfdoding betreft van een deelnemer aan de proeftuin.

Opzetten van een organisatie

Voor het opzetten van de proeftuinorganisatie zal het nieuwe bestuur de komende maanden gesprekken voeren met belanghebbende organisaties, met overheidsinstanties en met politieke partijen. Bert Homan is als bestuurslid de eerstverantwoordelijke. Hij wil bij de voorbereiding graag ideeën of zorgen horen over de proeftuin. U kunt hem hierover bellen op 06 5383 0223 of mailen naar [email protected]
Wij houden u van de ontwikkelingen op de hoogte.

Noten

1 CLW, Zelfbeschikking bij het levenseinde. Onderzoek naar de mening van Nederlanders. Motivaction, september 2021.

2 Ruim tweederde van de Nederlanders vindt dat een levenseindepil ter beschikking moet komen voor mensen die hun leven voltooid achten. Zie: Het NRC-euthanasieonderzoek (9 december 2015). Een recentere opiniepeiling van Trouw (13 april 2023) bevestigde opnieuw dat een meerderheid van de Nederlanders stervenshulp wil bij een voltooid leven en dat elke Nederlander die dat wil, zou moeten kunnen beschikken over een middel om zelf het leven te beëindigen.

3 Hoewel deze antwoorden aan duidelijkheid niets te wensen overlieten, is er niets gedaan met deze adviezen. Zie: Rapportage van de maatschappelijke dialoog laatste levensfase, Bureau &MAES, november 2020, in opdracht van het ministerie van VWS.

Bent u het eens of oneens met de inhoud van dit artikel?
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Back To Top