skip to Main Content

Het rapport van de commissie-Van Wijngaarden over voltooid leven is een product van coalitiegedraai, aldus Hans van Dam. Hij is consulent hersenaandoeningen en levenseindevragen. Zijn onderstaande visie op het rapport verscheen in Het Parool van 4 februari jl. Hij gaf ons toestemming om zijn artikel in deze nieuwsbrief op te nemen.

De vraag is wat we wijzer zijn geworden van het onderzoeksrapport over voltooid leven. Het antwoord is zoals zich al aftekende: weinig tot niets. Er is lang naar het rapport Van Wijngaarden uitgekeken. Dat is vooral gedaan op basis van het onderwerp, voor het overige was er op grond van vraagstelling, samenstelling en werkwijze van de onderzoekscommissie geen reden tot optimisme.

De resultaten bevestigen dit. Na het rapport van de commissie-Schnabel en de eerdere publicatie van voorzitter Els van Wijngaarden, is dit de derde pijnlijk gemiste kans op rij. Het wordt tijd dat het debat wordt opgeschud. Daartoe moet eerst helder zijn wat er mis is. En dat is helaas veel.

De kraamkamer van dit onderzoek was de moeizame kabinetsformatie. Liberale en christelijke partijen kunnen elkaar op dit onderwerp logischerwijs niet vinden. Het gaat de liberalen om keuzevrijheid en de christelijke partijen om het in naam van God opleggen van hun beperkende moraal, al kleedt men dat motief al jaren misleidend seculier aan.

Een nieuw onderzoek is dan de overbekende uitstelmanoeuvre. Het valt VVD en D66 aan te rekenen dat ze hiermee akkoord zijn gegaan. Van uitstel hoeft weliswaar geen afstel te komen, maar het blijft buigen voor machtspolitiek, waarbij de mensen om wie het gaat voor jaren het nakijken hebben.

Rookgordijn

De centrale vraag in het onderzoek was hoeveel 55-plussers er zijn met een concrete doodswens en hoe die er dan uitziet. Hiermee gaat het onderzoek niet over de oude mensen, zeg maar vanaf 70 jaar. Oude mensen hebben een wezenlijk andere problematiek, gebaseerd op een wezenlijk ander levensgevoel. De vermenging heeft een rookgordijn gebracht. Motieven voor doodswensen zijn altijd geschakeerd, maar het beeld is nu onnodig gecompliceerd.

Net als in haar boek, legt Van Wijngaarden veel nadruk op de ambivalentie in mensen. Het is verbazingwekkend dat zij zich daarover verbaast. Ambivalentie is de condition humaine. Het gaat er niet om of mensen ambivalent zijn, maar hoe diverse krachten en gevoelens zich tot elkaar verhouden. Dat is elementaire psychologie.

Niet gehinderd door deze basale kennis stelt Van Wijngaarden de vraag ‘wat je dan moet, hè’. Een vraag die alle kenmerken had van een retorische vraag: de humane dood niet faciliteren. Zij geeft een les in gesloten kijken, mogelijk een fossiel uit haar opleiding tot geestelijk verzorger, wat zo erg niet zou zijn als zij een uitzondering was.

De strakke maat die de commissie aanlegt voor echt dood willen, leidt tot vertekening van het beeld. Zozeer dat Carla Dik Faber (ChristenUnie) in Nieuwsuur met onverholen trots zei dat ‘Van Wijngaarden feitelijk geen 75-plussers heeft gevonden die echt dood willen’. ‘Wij wel,’ beet de presentator haar toe, in de minuten daarvoor was een kort filmpje getoond dat het tegendeel voor de zoveelste keer bewees. Onbedoeld diskwalificeerde de politica hiermee overigens het onderzoek, want wie de bedoelde ouderen niet kan vinden, moet wel heel slecht zoeken.

Plicht tot leven

ChristenUnie en SGP stellen zonder reserve dat een wet voltooid leven ouderen onder druk gaat zetten om voor de dood te kiezen. Een wonderlijke omkering van zaken: voor die ontwikkeling is geen enkele aanwijzing, integendeel, en het zijn precies deze partijen die ouderen al jaren onder druk houden door hen de plicht tot leven op te leggen.

Het laatste punt zit in het verlengde van het eerste. De centrale vraag is niet hoeveel oude mensen echt dood willen, maar hoeveel oude mensen vinden dat zij zelf mogen beslissen over hun leven en levenseinde. Dan zouden heel andere percentages op tafel zijn gekomen en was hiervan weglopen met argumenten als aandacht en goede zorg niet meer goed mogelijk geweest.

Die vraag paste echter niet in de kraamkamer van dit onderzoek en is daarom zorgvuldig ontweken. Het is treurig dat de nood van mensen wordt opgeofferd aan coalitiegedraai en blamerend dat de commissie-Van Wijngaarden zich hiervoor heeft geleend. Het moet en kan anders en daar is het hoog tijd voor.

 

Back To Top