skip to Main Content
Lionel Shriver
Lionel Shriver

Lionel Shriver had al een handvol romans op haar naam, zonder bijster veel succes, tot ze doorbrak met het bekroonde en verfilmde We need to talk about Kevin (2003). Het relaas van een moeder wier zoon een bloedbad op school aanrichtte, sloot naadloos aan bij haar stijl: beklemmende verhalen met hoofdpersonen voor wie de lezer met moeite sympathie kan opbrengen. Ze snijdt graag ongemakkelijke thema’s aan: vetzucht (Big Brother), ontrouw (De wereld na zijn verjaardag), obsessie om fit te blijven (De weg van de meeste weerstand). Nu komt ze met Tot de dood ons scheidt (2021), een thriller over hoe het zelfgekozen levenseinde niet altijd uitpakt zoals het was bedoeld.

door Truus Bos

Het boek begint met gesprekken die een Engels echtpaar, Kay en Cyril, voeren wanneer zij in de leeftijd van begin vijftig zijn. Hun gesprekken leiden ertoe dat ze besluiten om op hun tachtigste verjaardag samen uit het leven te stappen.

Het echtpaar had het maar zelden over ‘hun zelfbepaalde D-day’. Wanneer na dertig jaar de ‘deadline’ in zicht komt, neemt ook de onzekerheid toe over wat de resterende toekomst nog brengt. ‘En zo werd de deal tussen Kay en Cyril bezegeld in oktober 1991. Met de eeuwige arrogantie van het heden leek het laatste decennium van de twintigste eeuw onverschrokken over te gaan in een heerlijke nieuwe wereld, want de wereld is steeds weer nieuw, zij het niet altijd heerlijk’

Als de dertig jaren bijna verstreken zijn, doet zich ook de vraag voor hoe het einde moet worden ingevuld. ‘Ik maak me wel zorgen dat we een van de kinderen laten schrikken. Het komt zo onattent over. Hayley zou de rest van haar leven claimen dat ze PTSS had. Dus ik vraag me af of we niet even naar de brievenbus aan de overkant moeten wippen en er een aanwijzing voor de politie indoen’. En als de deadline is verstreken, blijken er talloze manieren te zijn om aan het levenseinde invulling te geven.

De auteur legt soepel verbindingen naar de COVID-19-pandemie, de Brexit, armoede en rijkdom, migratie, klimaat, de monetaire situatie, medicijnen tegen ouderdom, een falende gezondheidszorg en naar de alom aanwezige onmacht om de dood te accepteren. Aangrijpend en zeer aansprekend is het beeld dat ze schetst van dementeren.
Pulkend aan een gaatje in haar grijze lievelingsvest ontdekte ze dat de draadjes konden uitrafelen tot fraaie franje en het gat uiteindelijk groot genoeg was om haar hele vuist doorheen te steken, en wat handig dat ze zo een extra mouw ontworpen had’, Een mogelijke zegen voor de patiënt, maar vooral bepalend voor de omgeving waarbij het zien van dit ziekzijn zo zwaar kan zijn dat het zelf kunnen stoppen met leven als een steeds bepalender gewenste optie wordt gezien. Een dilemma hierbij is dat je, wanneer je zeggenschap wilt houden over het einde van je eigen leven, (helaas nog) wel bereid moet zijn om misschien een klein deel van je leven dat wellicht niet helemaal waardeloos is op te offeren: ‘De speelruimte waarin we zelf de controle hebben, is beperkt!’. Het menselijk verval wordt ook schrijnend zichtbaar in een uitgebreide beschrijving van een gedwongen opname en het daarbij horende beklemmende besef dat het soms ook onmogelijk is om ‘negatief bewijs’ te leveren waardoor je nooit overtuigend kunt aantonen dat je niet ‘gek’ bent.

Het boek overtrof mijn verwachtingen. De originele scherpe schrijfstijl en verfijnde humor – tot en met de laatste regel van het boek – maakten dat ik vaak grinnikend en soms hardop lachend het boek heb gelezen. Zelfs de vaak uiterst pijnlijke beschrijvingen zijn behapbaar. Daarnaast bevestigde het boek dat er grenzen zijn aan geluk en aan gezondheid, maar bepaald niet aan het lijden. Lijden waardoor je je eigen gewenste regie niet meer kunt pakken. Een doodswens is veranderlijk. Dat klopt! Nou en? Ik kan leven met kwalen, daar raak je aan gewend want dat is steeds gewoner geworden. Maar, ik wil mijn leven loslaten zolang ik de pijn van loslaten nog kan voelen. En daarvoor heb ik mijn ‘zeepdoosje’. Dat geeft me rust en verhoogt mijn plezier in het leven. Al meer dan twintig jaar! Daarom ben ik lid van de CLW. Leden, lees dit boek.

Klik hier als u meer wilt lezen.

 

Back To Top