Skip to content
Word lid

Jos van Wijk

De regionale bijeenkomsten zijn weer begonnen. Gingen deze in de afgelopen periode via het internet, nu kan dat weer fysiek. En wat heerlijk is dat dan om elkaar weer te zien, te spreken, in de ogen te kunnen kijken en de dynamiek van een bijeenkomst te ervaren.

In de lopende cyclus van bijeenkomsten staan we stil bij de autonome route en dat waar de CLW voor staat. Natuurlijk is er volop ruimte voor de actualiteit. Leden hebben veel vragen en opmerkingen. Ze zijn ook met elkaar in gesprek, zowel bij de inloop van de bijeenkomst als in de pauze en na afloop. We willen er ook graag alle aandacht voor hebben, voor die gesprekken.

En dan is er in de pauze een meneer die op mij afkomt …

“Dit is mijn laatste bijeenkomst van de CLW, vrijdag stap ik eruit.”

Ik zoek bij mijzelf naar een reactie, ik ben overvallen en door elkaar geschud. Het is een stevige man van even in de zeventig. Het is nu maandag en vrijdag is het zover, waarom dan nog naar deze bijeenkomst? Het antwoord wordt gegeven zonder de vraag gesteld te hebben: “Als je het wilt opnemen voor het nageslacht, dan ben ik ervoor in.”

Het gesprek erna gaat over de dood van zijn grote liefde met wie hij vijftig jaar samen was. Nu heeft hij pijn over zijn hele lichaam en in zijn hoofd. Het leven heeft geen zin meer en hij wil ermee stoppen. “Heb je het idee dat je naar haar toe gaat?”, probeer ik nog. Nou nee, echt niet. Hij heeft niets met geloof en zo, maar het gaat nu al langere tijd echt niet meer. Het is genoeg geweest.

Ik beloof hem uit te zoeken hoe dit het beste kan zonder telefoon, want bij het vinden van het levenloze lichaam door de forensische rechercheurs zal deze in beslag worden genomen en dan is de opname ook weg. Dat blijkt (natuurlijk) heel simpel: we zijn in coronatijd gewend geraakt aan videobellen via Zoom of Teams en die rechtstreekse opnames kun je gewoon op je computer opslaan.

In het contact dat we in de dagen hierna hebben besluit hij toch dat de opname niet doorgaat. De kinderen kunnen er niet mee leven en hij wil ze niet tegen de haren in strijken. “Nou goede reis dan, vrijdag. Ik hoop dat alles goed verloopt.”

“Tuurlijk gaat het goed”, zegt hij bijna opgewekt, “het is toch zeker goed spul!”

Die vrijdagavond duurde bij mij heel lang …

Back To Top